< HOME
 Contact |  Colofon | © Copyright

Doe meer met afval.

Een initiatief van
alle Utrechtse Gemeenten

Doe meer met afval -

 

Manieren van afvalverwerking

DE LADDER VAN LANSINK

 

Er zijn verschillende manieren om met afval om te gaan. We kunnen het afval storten, verbranden, opnieuw gebruiken of er iets anders van maken. Het allerbeste is natuurlijk te voorkomen dat er afval ontstaat. Dit noemen we afvalpreventie. Nu is de ene manier van afvalverwerking beter voor het milieu en de economie dan de andere. Hiervoor bedacht de Nederlandse politicus Ad Lansink in 1979 een volgorde die landelijk bekend staat als de ‘Ladder van Lansink’. Op deze pagina staat de ladder afgebeeld, gerangschikt van hoog (de beste manier om met afval om te gaan) naar laag.

 

Voorkomen van afval (afvalpreventie)

Op verschillende manieren kunt u ervoor zorgen dat er helemaal geen afval ontstaat. Bijvoorbeeld door spullen te kopen die lang meegaan, zo min mogelijk eten weg te gooien. Voedsel weggooien verspilt namelijk energie: voor de productie, het vervoer en het klaarmaken ervan. Neem een boodschappentas of big shopper mee naar de winkel of doe je boterhammen in een brooddoos in plaats van in een plastic zakje. Dat bespaart heel wat plastic tasjes en zakjes. Neem geen pakjes drinken mee naar school maar doe drinken in een afsluitbare beker. En plak een Ja/Nee of een Nee/Nee sticker op de brievenbus. Dat scheelt een hoop papier. Het voorkomen van afval op deze manier noemen we afvalpreventie.

 

Hergebruiken van producten

Hierbij gaat het erom dat (oude) of afgedankte spullen oftewel kringloopgoederen niet worden weggegooid maar opnieuw gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan het opnieuw gebruiken van een bankstel, kast, lamp, televisie of koelkast.

 

Hergebruiken (recyclen) van materialen

Dit betekent dat kapotte en oude huisraad en andere afvalstromen als glas, papier en GFT uit elkaar worden gehaald, worden verwerkt, bewerkt en/of omgesmolten. De overgebleven onderdelen of restanten zijn weer grondstof voor nieuwe producten. Zo zit er in elektrische apparaten veel koper, zilver, ijzer en aluminium. De metalen krijgen bijvoorbeeld een tweede leven als autovelg of fiets. Glas wordt weer

nieuw glas. Oud papier wordt weer een nieuwe folder of krant. En van het plastic (kunststof) van oude printers en computers kunnen weer pennen of kleerhangers worden gemaakt. Zelfs groente-, fruit- en tuinresten zijn grondstoffen voor groene stroom en compost.

 

Verbranden

Dan kunnen we weggegooide of afgedankte spullen en ander afval ook verbranden.Dat gebeurt vooral met het restafval. Voor het milieu is dat niet zo goed, want door de verbranding gaan bruikbare stoffen als glas, papier, hout en plastic verloren. Bovendien moeten we weer nieuwe grondstoffen winnen om dezelfde producten te kunnen maken. Denk aan zand en kalk voor glas of aardolie voor plastic. Hierdoor wordt het landschap ende natuur aangetast, terwijl door recycling de natuurlijke hulpbronnen in de bodem blijven. Wel wordt de warmte van de verbrandingsoven gebruikt voor verwarming van huizen of omgezet in energie.

 

Storten

Afval wordt ook gestort op stortplaatsen. Daar verteert het voor een groot deel. Maar sommige spullen, zoals plastic en piepschuim, verteren (haast) niet en blijven honderden jaren liggen. Daarom is storten geen goede manier om met afval om te gaan.